De Hel van het Noorden: Waarom deze naam niets met kasseien te maken heeft

12 April 2026 By Wijtze De Groot History

Parijs-Roubaix. De naam alleen al doet de kuiten van elke wielerliefhebber trillen. We noemen het ‘De Hel van het Noorden’ vanwege de moordende kasseistroken, de stofwolken en de modder die de gezichten van renners onherkenbaar maakt. Maar wist je dat de naam een veel duisterdere oorsprong heeft? De "Hel" sloeg honderd jaar geleden niet op de weg, maar op de wereld die eromheen lag.

1896 - het startschot van Parijs-Roubaix

De eerste Parijs-Roubaix werd in 1896 georganiseerd door de krant Le Vélo op verzoek van twee Franse ondernemers die hun wielerbaan in Roubaix wilde promoten.
De start in Parijs en finish op de wielerbaan in Roubaix. De eerste editie werd gewonnen door de Duitser Josef Fischer.

Paris-Roubaix 1896

De naam Hel van het Noorden verwijst echter niet naar de kasseien, maar is ontstaan in 1919 toen een journalist de wedstrijd volgde door het zwaar getroffen landschap van Noord-Frankrijk als gevolg van de Eerste Wereldoorlog.

1919: Een verkenning door de as

Na vier jaar van totale oorlog in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, wilden de organisatoren van Parijs-Roubaix in 1919 de koers nieuw leven inblazen. De journalisten Victor Breyer en Henri Desgrange (de oprichter van de Tour de France) trokken er in het voorjaar op uit om de route te verkennen. Wat zij aantroffen in Noord-Frankrijk was geen wielerparcours, maar een apocalyptisch landschap.

North-France-WO-I-HELL-Paris-Roubaix

De regio die ooit bloeide, was veranderd in de ‘Zone Rouge’. Een gebied van zwartgeblakerde aarde, afgebroken bomen en kraters van granaatinslagen. De geur van ontbinding hing nog in de lucht. Victor Breyer schreef die avond in zijn verslag: “Dit is geen landschap meer, dit is de hel.”  Het werd de bijnaam van Parijs-Roubaix.

De eerste ‘Hel’ was een herdenking

Toen de renners op Paaszondag 1919 aan de start stonden, reden ze niet zomaar een wedstrijd. Ze reden een eerbetoon aan de miljoenen die gevallen waren in de modder van de Somme en de velden van Artois. De wegen waren kapotgeschoten en bezaaid met puin. Er waren geen toeschouwers in de dorpen, simpelweg omdat er geen dorpen meer overeind stonden.

De legendarische Henri Pélissier won die eerste naoorlogse editie. Hij kwam aan in Roubaix, besmeurd met het zwarte stof van de mijnen en het puin van de oorlog. De term ‘De Hel van het Noorden’ was geboren, niet als marketingterm voor de kasseien, maar als beschrijving van een verwoeste wereld.

Van loopgraven naar legende

In de decennia die volgden, werd Noord-Frankrijk langzaam weer opgebouwd. De dorpen herstelden, de bomen groeiden terug en de kraters werden gedempt. Wat bleef, waren de slechte wegen en de kasseistroken van de boeren.

Omdat de omgeving minder ‘hels’ werd, verschoof de betekenis van de bijnaam. De Hel van het Noorden werd synoniem voor het lijden van de renner op de stenen van Bos van Wallers en Carrefour de l’Arbre. Maar voor wie goed kijkt, ademt elke kassei in Noord-Frankrijk nog steeds de geschiedenis uit van de mannen die hier honderd jaar geleden door de as reden.

De stijl van de onverwoestbaren

De renners uit die tijd, de vroege ‘Flandriens’ en de Franse klasbakken, reden in shirts die net zo hard waren als zijzelf. Geen hi-tech lycra, maar zware wollen truien met zakken op de borst, vaak in sobere kleuren als grijs, zwart of diepblauw. Het waren shirts die gemaakt waren om een dag in de hel te overleven.



Leave a comment